De or het gebuur?

The correct Dutch article is:

de gebuur

  • English: neighbour
  • Plural: de geburen
Meaning (Dutch) iemand die dichtbij woont

How to use gebuur

the neighbourde gebuur
this neighbourdeze gebuur
that neighbourdie gebuur
our neighbouronze gebuur
your neighbourjouw gebuur
every neighbourelke gebuur
which neighbour?welke gebuur?
a big neighbour / the big neighboureen grote gebuur, de grote gebuur
the neighbour (plural)de geburen, deze geburen

Example sentences with gebuur

  • Hij is één van mijn geburen. “He is one of my neighbours.”
  • De zoon van mijn gebuur heeft vandaag op school mijn dochter uitgelachen. “My neighbor's son made fun of my daughter today at school.”

Dutch words starting with gebuur

gebuurte

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).