De or het garagist?

The correct Dutch article is:

de garagist

  • English: garage owner
  • Plural: de garagisten
  • Diminutive: het garagistje
Rule Words ending in -ist: almost always de. See the rule
Meaning (Dutch) (beroep, verkeer, techniek) de eigenaar van de garage die vaak zelf ook monteur is

How to use garagist

the garage ownerde garagist
this garage ownerdeze garagist
that garage ownerdie garagist
our garage owneronze garagist
your garage ownerjouw garagist
every garage ownerelke garagist
which garage owner?welke garagist?
a big garage owner / the big garage ownereen grote garagist, de grote garagist
the garage owner (plural)de garagisten, deze garagisten

Example sentences with garagist

  • Maar de mens is steeds verder van de machine geraakt, en de ANWB ging met zijn tijd mee en liet de cursussen over aan garagisten met zendingsdrang en hobbyclubs.
  • De zoon van een garagist en automonteur uit IJmuiden was 13 toen het gezin naar Stockholm verhuisde.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).