De or het ganzenboer?

The correct Dutch article is:

de ganzenboer

  • Plural: de ganzenboeren
  • Diminutive: het ganzenboertje
Meaning (Dutch) (veeteelt, beroep) een boer die ganzen houdt.

How to use ganzenboer

the ganzenboerde ganzenboer
this ganzenboerdeze ganzenboer
that ganzenboerdie ganzenboer
our ganzenboeronze ganzenboer
your ganzenboerjouw ganzenboer
every ganzenboerelke ganzenboer
which ganzenboer?welke ganzenboer?
a big ganzenboer / the big ganzenboereen grote ganzenboer, de grote ganzenboer
the ganzenboer (plural)de ganzenboeren, deze ganzenboeren

Example sentences with ganzenboer

  • De pluimveehouder was een ganzenboer.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).