De or het forfait?

The correct Dutch article is:

het forfait

  • Plural: de forfaits
  • Diminutive: het forfaitje
Meaning (Dutch) 1. (financieel, juridisch) term in het Nederlands belastingrecht die wordt gebruikt om aan te duiden dat in een bepaald geval niet de werkelijke situatie … 2. afwezig zijn

How to use forfait

the forfaithet forfait
this forfaitdit forfait
that forfaitdat forfait
our forfaitons forfait
your forfaitjouw forfait
every forfaitelk forfait
which forfait?welk forfait?
a big forfait / the big forfaiteen groot forfait, het grote forfait
the forfait (plural)de forfaits, deze forfaits

Example sentences with forfait

  • Maar dan nog: een ombuiging van die omvang in zo’n korte tijd is veel eenvoudiger te bereiken met het verhogen van de overheidsinkomsten (btw, zorgtoeslag, belastingen …
  • 'Het forfait dat je bij je inkomen moet optellen en waarover je inkomstenbelasting betaalt, zou moeten dalen of in het ergste geval gelijk moeten blijven, maar niet stijgen', stelt Eigen Huis.

Dutch words ending in forfait

huurwaardeforfait | eigenwoningforfait | autokostenforfait | arbeidskostenforfait

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).