De or het fietsweek?

The correct Dutch article is:

de fietsweek

  • Plural: de fietsweken
  • Diminutive: het fietsweekje
Meaning (Dutch) een week waarin zaken rond het fietsen worden georganiseerd

How to use fietsweek

the fietsweekde fietsweek
this fietsweekdeze fietsweek
that fietsweekdie fietsweek
our fietsweekonze fietsweek
your fietsweekjouw fietsweek
every fietsweekelke fietsweek
which fietsweek?welke fietsweek?
a big fietsweek / the big fietsweekeen grote fietsweek, de grote fietsweek
the fietsweek (plural)de fietsweken, deze fietsweken

Example sentences with fietsweek

  • Tijdens de Fietsweek zijn er tal van activiteiten die de inwoners en bezoekers van de stad bewust moeten maken van het gebruik van de fiets als vervoermiddel.
  • De bewuste publicatie waarin van de fietsweek gewag werd gemaakt, stond afgedrukt in de Volkskrant.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).