De or het fietsdag?

The correct Dutch article is:

de fietsdag

  • Plural: de fietsdagen
  • Diminutive: het fietsdagje
Meaning (Dutch) dag dat men fietst

How to use fietsdag

the fietsdagde fietsdag
this fietsdagdeze fietsdag
that fietsdagdie fietsdag
our fietsdagonze fietsdag
your fietsdagjouw fietsdag
every fietsdagelke fietsdag
which fietsdag?welke fietsdag?
a big fietsdag / the big fietsdageen grote fietsdag, de grote fietsdag
the fietsdag (plural)de fietsdagen, deze fietsdagen

Example sentences with fietsdag

  • De tocht - elke fietsdag 70 tot 150 kilometer - ging over hoge bergen, door bloedhete woestijnen, over brede snelwegen en smalle vluchtstroken …
  • De VVV Twenterand houdt op zaterdag 12 mei een fietsdag. Daarbij wordt de nieuwe Karrenspoorfietsroute ten doop gehouden. Deze route heeft een lengte van 40 kilometer.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).