De or het feestweekeinde?

The correct Dutch article is:

het feestweekeinde

  • Plural: de feestweekeinden / feestweekeindes
  • Diminutive: het feestweekeindje
Meaning (Dutch) weekend waarin men een feest viert

How to use feestweekeinde

the feestweekeindehet feestweekeinde
this feestweekeindedit feestweekeinde
that feestweekeindedat feestweekeinde
our feestweekeindeons feestweekeinde
your feestweekeindejouw feestweekeinde
every feestweekeindeelk feestweekeinde
which feestweekeinde?welk feestweekeinde?
a big feestweekeinde / the big feestweekeindeeen groot feestweekeinde, het grote feestweekeinde
the feestweekeinde (plural)de feestweekeinden, deze feestweekeinden

Example sentences with feestweekeinde

  • Het werd een imposante zegetocht, waarmee alle ellende van dit seizoen in een klap naar de achtergrond verdween. Het feestweekeinde van Max Verstappen in woord en beeld.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).