De or het familiepraktijk?

The correct Dutch article is:

de familiepraktijk

  • Plural: de familiepraktijken
  • Diminutive: het familiepraktijkje
Meaning (Dutch) 1. dienstverlenend bedrijf dat speciaal gericht op dienstverlening aan gezinnen en families met kinderen 2. (juridisch) advocaten- of notariskantoor dat gespecialiseerd is in het familierecht

How to use familiepraktijk

the familiepraktijkde familiepraktijk
this familiepraktijkdeze familiepraktijk
that familiepraktijkdie familiepraktijk
our familiepraktijkonze familiepraktijk
your familiepraktijkjouw familiepraktijk
every familiepraktijkelke familiepraktijk
which familiepraktijk?welke familiepraktijk?
a big familiepraktijk / the big familiepraktijkeen grote familiepraktijk, de grote familiepraktijk
the familiepraktijk (plural)de familiepraktijken, deze familiepraktijken

Example sentences with familiepraktijk

  • Zijn familiepraktijken lijken in niets op een gemiddelde witte, steriele tandartspraktijk met tl-licht.
  • De notariskantoren wisten de neergang op de huizenmarkt jarenlang te compenseren met meer omzet bij de familiepraktijk, waar onder meer samenlevingsovereenkomsten en testamenten worden opgemaakt.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).