De or het familiedag?

The correct Dutch article is:

de familiedag

  • Plural: de familiedagen
  • Diminutive: het familiedagje
Meaning (Dutch) 1. bijeenkomst van de leden van een familie 2. dag die men vrijgehouden heeft voor het gezin

How to use familiedag

the familiedagde familiedag
this familiedagdeze familiedag
that familiedagdie familiedag
our familiedagonze familiedag
your familiedagjouw familiedag
every familiedagelke familiedag
which familiedag?welke familiedag?
a big familiedag / the big familiedageen grote familiedag, de grote familiedag
the familiedag (plural)de familiedagen, deze familiedagen

Example sentences with familiedag

  • De vorige keer dat een familiedag werd gehouden was in september 2009.
  • Familiedag.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).