De or het exporteconomie?

The correct Dutch article is:

de exporteconomie

  • Plural: de exporteconomieën
Meaning (Dutch) (economie) deel van het bedrijfsleven dat exporteert; land dat meer exporteert dan importeert; een land met een positieve handelsbalans

How to use exporteconomie

the exporteconomiede exporteconomie
this exporteconomiedeze exporteconomie
that exporteconomiedie exporteconomie
our exporteconomieonze exporteconomie
your exporteconomiejouw exporteconomie
every exporteconomieelke exporteconomie
which exporteconomie?welke exporteconomie?
a big exporteconomie / the big exporteconomieeen grote exporteconomie, de grote exporteconomie
the exporteconomie (plural)de exporteconomieën, deze exporteconomieën

Example sentences with exporteconomie

  • De op een na grootste economie ter wereld en het land met de meeste inwoners heeft de nodige moeite om de omslag te maken van een productie- en exporteconomie naar een consumptie- en diensteneconomie.
  • Japan stevent af op een nieuwe recessie. Vooral het conflict met China speelt de Japanse exporteconomie parten.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).