De or het evangelist?

The correct Dutch article is:

de evangelist

  • English: evangelist
  • Plural: de evangelisten
  • Diminutive: het evangelistje
Rule Words ending in -ist: almost always de. See the rule
Meaning (Dutch) 1. (religie) volgeling van Jesus die het verhaal van zijn leven en sterven op schrift gesteld heeft 2. (beroep) verkondiger van het christelijke geloof met name aan niet-gelovigen

How to use evangelist

the evangelistde evangelist
this evangelistdeze evangelist
that evangelistdie evangelist
our evangelistonze evangelist
your evangelistjouw evangelist
every evangelistelke evangelist
which evangelist?welke evangelist?
a big evangelist / the big evangelisteen grote evangelist, de grote evangelist
the evangelist (plural)de evangelisten, deze evangelisten

Example sentences with evangelist

  • Marcus en Lucas waren evangelisten.
  • Billy Graham was een bekende evangelist.

Dutch words starting with evangelist

evangeliste

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).