De or het dominicaan?

The correct Dutch article is:

de dominicaan

  • English: dominican
  • Plural: de dominicanen
  • Diminutive: het dominicaantje
Meaning (Dutch) kloosterling van de orde van Sint-Dominicus

How to use dominicaan

the dominicande dominicaan
this dominicandeze dominicaan
that dominicandie dominicaan
our dominicanonze dominicaan
your dominicanjouw dominicaan
every dominicanelke dominicaan
which dominican?welke dominicaan?
a big dominican / the big dominicaneen grote dominicaan, de grote dominicaan
the dominican (plural)de dominicanen, deze dominicanen

Example sentences with dominicaan

  • de dominicanen stelden de inquisitie in en waren door de eeuwen heen de ergste kettervervolgers

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).