De or het doenlijk?

The correct Dutch article is:

het doenlijk

How to use doenlijk

the doenlijkhet doenlijk
this doenlijkdit doenlijk
that doenlijkdat doenlijk
our doenlijkons doenlijk
your doenlijkjouw doenlijk
every doenlijkelk doenlijk
which doenlijk?welk doenlijk?
a big doenlijk / the big doenlijkeen groot doenlijk, het grote doenlijk