De or het detailhandel?

The correct Dutch article is:

de detailhandel

  • English: retail trade
  • Plural: de detailhandels
  • Diminutive: het detailhandeltje
Meaning (Dutch) 1. (economie) de handel die tastbare producten direct aan consumenten verkoopt 2. (economie) een bedrijf dat tastbare producten direct aan consumenten verkoopt

How to use detailhandel

the retail tradede detailhandel
this retail tradedeze detailhandel
that retail tradedie detailhandel
our retail tradeonze detailhandel
your retail tradejouw detailhandel
every retail tradeelke detailhandel
which retail trade?welke detailhandel?
a big retail trade / the big retail tradeeen grote detailhandel, de grote detailhandel
the retail trade (plural)de detailhandels, deze detailhandels

Example sentences with detailhandel

  • Bij ruim 20 procent van geïnspecteerde horecabedrijven en de detailhandel wordt de wet niet nageleefd.
  • De boekhandel, de slager, de bakker maar ook de supermarkt behoren tot de detailhandel.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).