De or het decaan?

The correct Dutch article is:

de / het decaan

Both are correct: You can say both de decaan and het decaan.

  • English: decane, dean
  • Plural: de decanen
  • Diminutive: het decaantje
Rule Words with both de and het. See the rule
Meaning (Dutch) 1. (scheikunde) een verzadigde koolwaterstof met formule C10H22 2. (beroep, onderwijs) het hoofd van een faculteit van een universiteit

How to use decaan

the decanede / het decaan
this decanedeze / dit decaan
that decanedie / dat decaan
our decaneonze / ons decaan
your decanejouw decaan
every decaneelke / elk decaan
which decane?welke / welk decaan?
a big decane / the big decaneeen grote / een groot decaan, de grote / het grote decaan
the decane (plural)de decanen, deze decanen

Example sentences with decaan

  • Er zijn 75 isomeren van decaan.
  • De decaan van de faculteit Rechten, Carel Stolker, zocht hem naar aanleiding van het interview op in Spanje en ging met hem in gesprek.

Dutch words ending in decaan

pentadecaan | vicedecaan | schooldecaan | undecaan | dodecaan | prodecaan

In compound words, the last part decides the article. See the rule

Dutch words starting with decaan

decaanfunctie

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).