De or het de-woord?

The correct Dutch article is:

het de-woord

  • Plural: de de-woorden
Meaning (Dutch) (taalkunde) zelfstandige naamwoord waarvoor "de" als bepaald lidwoord wordt gebruikt en dat dus een mannelijk en/of vrouwelijk woordgeslacht heeft

How to use de-woord

the de-woordhet de-woord
this de-woorddit de-woord
that de-woorddat de-woord
our de-woordons de-woord
your de-woordjouw de-woord
every de-woordelk de-woord
which de-woord?welk de-woord?
a big de-woord / the big de-woordeen groot de-woord, het grote de-woord
the de-woord (plural)de de-woorden, deze de-woorden

Example sentences with de-woord

  • Opvallend is dat er slechts 2 voorbeelden waren waar idee als de-woord voorafgegaan was door een bijvoeglijk naamwoord: 'de liberale idee' en 'de Europese idee'.
  • Ik ken het bacon al vrij lang en in de veeteelt en exportindustrieën is het heel gewoon, al wil ik graag aannemen dat bacon ‘bij slagers en huisvrouwen’ een dewoord is.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).