De or het dagkaart?

The correct Dutch article is:

de dagkaart

  • Plural: de dagkaarten
  • Diminutive: het dagkaartje
Meaning (Dutch) 1. toegangsbewijs of vervoerbewijs dat één dag geldig is 2. menukaart met gerechten die op die dag beschikbaar zijn

How to use dagkaart

the dagkaartde dagkaart
this dagkaartdeze dagkaart
that dagkaartdie dagkaart
our dagkaartonze dagkaart
your dagkaartjouw dagkaart
every dagkaartelke dagkaart
which dagkaart?welke dagkaart?
a big dagkaart / the big dagkaarteen grote dagkaart, de grote dagkaart
the dagkaart (plural)de dagkaarten, deze dagkaarten

Example sentences with dagkaart

  • Ik had graag een dagkaart. “I would like a day pass.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).