De or het daghuur?

The correct Dutch article is:

de daghuur

  • Plural: de daghuren
Meaning (Dutch) de hoeveelheid geld die men moet betalen om iets een dag te mogen gebruiken

How to use daghuur

the daghuurde daghuur
this daghuurdeze daghuur
that daghuurdie daghuur
our daghuuronze daghuur
your daghuurjouw daghuur
every daghuurelke daghuur
which daghuur?welke daghuur?
a big daghuur / the big daghuureen grote daghuur, de grote daghuur
the daghuur (plural)de daghuren, deze daghuren

Example sentences with daghuur

  • Maar de daghuur van een hal kost 1.100 euro,” zegt Scheggetman, die geen hoge standprijzen wil doorberekenen aan de verkopers.
  • Daghuur ƒ 7,50.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).