De or het daggast?

The correct Dutch article is:

de daggast

  • Plural: de daggasten
Meaning (Dutch) 1. iemand die overdag gast is op een (bruilofts)feest 2. (toerisme) iemand die te gast is in een horecagelegenheid maar daar niet overnacht

How to use daggast

the daggastde daggast
this daggastdeze daggast
that daggastdie daggast
our daggastonze daggast
your daggastjouw daggast
every daggastelke daggast
which daggast?welke daggast?
a big daggast / the big daggasteen grote daggast, de grote daggast
the daggast (plural)de daggasten, deze daggasten

Example sentences with daggast

  • Iedereen denkt dat het een ober is, maar het is een daggast op het huwelijk.
  • Het zou gaan om een daggast die er met familie en vrienden was.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).