De or het campingeigenaar?

The correct Dutch article is:

de campingeigenaar

  • Plural: de campingeigenaren / campingeigenaars
  • Diminutive: het campingeigenaartje
Meaning (Dutch) houder van een kampeerterrein

How to use campingeigenaar

the campingeigenaarde campingeigenaar
this campingeigenaardeze campingeigenaar
that campingeigenaardie campingeigenaar
our campingeigenaaronze campingeigenaar
your campingeigenaarjouw campingeigenaar
every campingeigenaarelke campingeigenaar
which campingeigenaar?welke campingeigenaar?
a big campingeigenaar / the big campingeigenaareen grote campingeigenaar, de grote campingeigenaar
the campingeigenaar (plural)de campingeigenaren, deze campingeigenaren

Example sentences with campingeigenaar

  • Sommige Nederlanders willen campingeigenaar worden in Frankrijk. Ze denken dat ze dan altijd vakantie hebben.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).