De or het buskaart?

The correct Dutch article is:

de buskaart

  • Plural: de buskaarten
  • Diminutive: het buskaartje
Meaning (Dutch) 1. vervoersbewijs voor een lijnbus 2. landkaart waarop de buslijnen staan

How to use buskaart

the buskaartde buskaart
this buskaartdeze buskaart
that buskaartdie buskaart
our buskaartonze buskaart
your buskaartjouw buskaart
every buskaartelke buskaart
which buskaart?welke buskaart?
a big buskaart / the big buskaarteen grote buskaart, de grote buskaart
the buskaart (plural)de buskaarten, deze buskaarten

Example sentences with buskaart

  • De dagelijkse boodschappen vallen eronder, maar ook een buskaart, een bloemetje, cadeautje, of iets lekkers voor in de trein.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).