De or het brui?

The correct Dutch article is:

de brui

Meaning (Dutch) (verouderd) slag, stoot

How to use brui

the bruide brui
this bruideze brui
that bruidie brui
our bruionze brui
your bruijouw brui
every bruielke brui
which brui?welke brui?
a big brui / the big bruieen grote brui, de grote brui

Example sentences with brui

  • Een in den gemeenen spreektrant gebruiklijk woord, voor slag, stoot: ik gaf hem eenen brui.
  • Men riep den brui valt in, 'k ontweek die wisse slaagen. Men is syn vaaderstad, en welvaart, van het land Gehouwen voor te staan, ook met gevaar van 't leeven

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).