De or het bouwplek?

The correct Dutch article is:

de bouwplek

  • Plural: de bouwplekken
  • Diminutive: het bouwplekje
Meaning (Dutch) een plaats waar men bouwt

How to use bouwplek

the bouwplekde bouwplek
this bouwplekdeze bouwplek
that bouwplekdie bouwplek
our bouwplekonze bouwplek
your bouwplekjouw bouwplek
every bouwplekelke bouwplek
which bouwplek?welke bouwplek?
a big bouwplek / the big bouwplekeen grote bouwplek, de grote bouwplek
the bouwplek (plural)de bouwplekken, deze bouwplekken

Example sentences with bouwplek

  • Het is eerder misgegaan op de Haagse bouwplek waar donderdag een dodelijk ongeluk plaatsvond. Vorig jaar is er al een klacht gekomen over een steigeronderdeel dat naast een voetganger belandde.
  • Ook worden scholieren uitgenodigd op de bouwplek die deel uitmaakt van de verbreding van de verbinding van het snelwegennet Schiphol-Amsterdam-Almere.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).