De or het bouwnummer?

The correct Dutch article is:

het bouwnummer

  • Plural: de bouwnummers
Meaning (Dutch) 1. (bouwkunde) nummer waarmee afzonderlijk te verkopen onderdelen van een bouwproject wordt aangeduid Niet te verwarren met het huisnummer, dat meestal pas later door de gemeente wordt toegekend. 2. (scheepvaart) nummer waarmee een schip tijdens de bouw wordt aangeduid, voordat het met een naam gedoopt is

How to use bouwnummer

the bouwnummerhet bouwnummer
this bouwnummerdit bouwnummer
that bouwnummerdat bouwnummer
our bouwnummerons bouwnummer
your bouwnummerjouw bouwnummer
every bouwnummerelk bouwnummer
which bouwnummer?welk bouwnummer?
a big bouwnummer / the big bouwnummereen groot bouwnummer, het grote bouwnummer
the bouwnummer (plural)de bouwnummers, deze bouwnummers

Example sentences with bouwnummer

  • De verkoop is gestart en mensen kunnen tot maandag 4 april aangeven welk bouwnummer hun voorkeur heeft.
  • De trappen af, tot ze vlakbij het schip waren, dat nog geen naam had, alleen een nummer: ja, 214, heette het, bouwnummer 214.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).