De or het bouwheer?

The correct Dutch article is:

de bouwheer

  • English: developer, master builder, founder
  • Plural: de bouwheren
Meaning (Dutch) de opdrachtgever voor het bouwen van een gebouw, de persoon die alle kosten moet dragen en uiteindelijk eigenaar is van het gebouwde, maar niet noodzakelijk de latere gebruiker is

How to use bouwheer

the developerde bouwheer
this developerdeze bouwheer
that developerdie bouwheer
our developeronze bouwheer
your developerjouw bouwheer
every developerelke bouwheer
which developer?welke bouwheer?
a big developer / the big developereen grote bouwheer, de grote bouwheer
the developer (plural)de bouwheren, deze bouwheren

Example sentences with bouwheer

  • De club spreekt van 'een aanzienlijke, maar niet onoverbrugbare kloof' met bouwheer BAM/Ghelamco, meldt de Belgische krant De Tijd.
  • Die vroeg de verplaatsing van de lantaarnpaal te laat aan, zegt de wethouder van Openbare Werken in de krant.,,Die bouwheer had zijn aanvraag veel eerder moeten indienen."

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).