De or het bouwdag?

The correct Dutch article is:

de bouwdag

  • Plural: de bouwdagen
Meaning (Dutch) dag waarop men bouwt

How to use bouwdag

the bouwdagde bouwdag
this bouwdagdeze bouwdag
that bouwdagdie bouwdag
our bouwdagonze bouwdag
your bouwdagjouw bouwdag
every bouwdagelke bouwdag
which bouwdag?welke bouwdag?
a big bouwdag / the big bouwdageen grote bouwdag, de grote bouwdag
the bouwdag (plural)de bouwdagen, deze bouwdagen

Example sentences with bouwdag

  • In de middagpauze zorgde het noodweer er echter voor dat er een vroegtijdig einde kwam aan de eerste bouwdag.
  • Na de lange reis naar Ecuador ligt iedereen van de projectgroep WE (Wierden-Ecuador) de eerste avond vroeg in bed, want de volgende ochtend staat de eerste bouwdag op het programma.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).