De or het boomkenner?

The correct Dutch article is:

de boomkenner

  • Plural: de boomkenners
  • Diminutive: het boomkennertje
Meaning (Dutch) iemand met een grote kennis van bomen

How to use boomkenner

the boomkennerde boomkenner
this boomkennerdeze boomkenner
that boomkennerdie boomkenner
our boomkenneronze boomkenner
your boomkennerjouw boomkenner
every boomkennerelke boomkenner
which boomkenner?welke boomkenner?
a big boomkenner / the big boomkennereen grote boomkenner, de grote boomkenner
the boomkenner (plural)de boomkenners, deze boomkenners

Example sentences with boomkenner

  • Volgens de boomkenner is dit een echte laurierwilg.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).