De or het bijbelkennis?

The correct Dutch article is:

de bijbelkennis

Rule Words ending in -nis: usually de. See the rule
Meaning (Dutch) (religie) het weten wat er in de bijbel geschreven staat

How to use bijbelkennis

the bijbelkennisde bijbelkennis
this bijbelkennisdeze bijbelkennis
that bijbelkennisdie bijbelkennis
our bijbelkennisonze bijbelkennis
your bijbelkennisjouw bijbelkennis
every bijbelkenniselke bijbelkennis
which bijbelkennis?welke bijbelkennis?
a big bijbelkennis / the big bijbelkenniseen grote bijbelkennis, de grote bijbelkennis

Example sentences with bijbelkennis

  • De EO en de NCRV willen Facebookers hun bijbelkennis laten testen. De Bijbelquiz bestaat al langer, maar dit jaar kunnen mensen hun Facebook-vrienden uitdagen via het sociale netwerk.
  • In tegenstelling tot veel wetenschappers gelooft Stef Heerema niet zo in de evolutietheorie. De natuurkundige vertrouwt op zijn Bijbelkennis en het scheppingsverhaal.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).