De or het biddag?

The correct Dutch article is:

de biddag

  • Plural: de biddagen
  • Diminutive: het biddagje
Meaning (Dutch) (religie) dag dat men biddend een verzoek richt tot god; tweede woensdag van maart in de protestantse kerken

How to use biddag

the biddagde biddag
this biddagdeze biddag
that biddagdie biddag
our biddagonze biddag
your biddagjouw biddag
every biddagelke biddag
which biddag?welke biddag?
a big biddag / the big biddageen grote biddag, de grote biddag
the biddag (plural)de biddagen, deze biddagen

Example sentences with biddag

  • In de NH-kerk aan de Hoofdweg wordt morgenochtend voor de leerlingen van de hoogste groepen van het basisonderwijs een dienst gehouden ter gelegenheid van Biddag voor Gewas en Arbeid.
  • De protestantse traditie van Biddag (aan het begin van het seizoen) en Dankdag (aan het eind van het seizoen) voor Gewas en Arbeid wordt in Westerhaar nog volop in ere gehouden.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).