De or het beroepsbevolking?

The correct Dutch article is:

de beroepsbevolking

  • Plural: de beroepsbevolkingen
  • Diminutive: het beroepsbevolkinkje
Rule Words ending in -ing: almost always de. See the rule
Meaning (Dutch) (economie) het aantal mensen in een bepaald gebied dat wil, kan en mag werken voor geld

How to use beroepsbevolking

the beroepsbevolkingde beroepsbevolking
this beroepsbevolkingdeze beroepsbevolking
that beroepsbevolkingdie beroepsbevolking
our beroepsbevolkingonze beroepsbevolking
your beroepsbevolkingjouw beroepsbevolking
every beroepsbevolkingelke beroepsbevolking
which beroepsbevolking?welke beroepsbevolking?
a big beroepsbevolking / the big beroepsbevolkingeen grote beroepsbevolking, de grote beroepsbevolking
the beroepsbevolking (plural)de beroepsbevolkingen, deze beroepsbevolkingen

Example sentences with beroepsbevolking

  • In september was 8 procent van de beroepsbevolking werkloos. “In September, 8 percent of the labor force was unemployed.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).