De or het bankkaart?

The correct Dutch article is:

de bankkaart

  • Plural: de bankkaarten
  • Diminutive: het bankkaartje
Meaning (Dutch) (financieel, economie) (België) door een bank afgegeven legitimatiebewijs dat in combinatie met een pincode gebruikt kan worden voor elektronisch geldverkeer bij betaal- en geldautomaten

How to use bankkaart

the bankkaartde bankkaart
this bankkaartdeze bankkaart
that bankkaartdie bankkaart
our bankkaartonze bankkaart
your bankkaartjouw bankkaart
every bankkaartelke bankkaart
which bankkaart?welke bankkaart?
a big bankkaart / the big bankkaarteen grote bankkaart, de grote bankkaart
the bankkaart (plural)de bankkaarten, deze bankkaarten

Example sentences with bankkaart

  • Hij betaalt met een bankkaart. “He pays by bank card.”

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).