De or het autobouwer?

The correct Dutch article is:

de autobouwer

  • Plural: de autobouwers
  • Diminutive: het autobouwertje
Meaning (Dutch) 1. (beroep, verkeer) iemand die auto's bouwt 2. (verkeer) een bedrijf dat auto's bouwt

How to use autobouwer

the autobouwerde autobouwer
this autobouwerdeze autobouwer
that autobouwerdie autobouwer
our autobouweronze autobouwer
your autobouwerjouw autobouwer
every autobouwerelke autobouwer
which autobouwer?welke autobouwer?
a big autobouwer / the big autobouwereen grote autobouwer, de grote autobouwer
the autobouwer (plural)de autobouwers, deze autobouwers

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).