De or het aprildag?

The correct Dutch article is:

de aprildag

  • English: day in April
  • Plural: de aprildagen
Meaning (Dutch) dag in de vierde maand van het jaar

How to use aprildag

the day in Aprilde aprildag
this day in Aprildeze aprildag
that day in Aprildie aprildag
our day in Aprilonze aprildag
your day in Apriljouw aprildag
every day in Aprilelke aprildag
which day in April?welke aprildag?
a big day in April / the big day in Aprileen grote aprildag, de grote aprildag
the day in April (plural)de aprildagen, deze aprildagen

Example sentences with aprildag

  • Warmste aprildag ooit: Half april en hitte alom.
  • De luchthaven kreeg ruim 170.000 passagiers op bezoek en beleefde daarmee vrijdag de drukste aprildag uit haar historie.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).