De or het adventzondag?

The correct Dutch article is:

de adventzondag

  • Plural: de adventzondagen
Meaning (Dutch) een van de vier zondagen die voorafgaan aan Kerstmis

How to use adventzondag

the adventzondagde adventzondag
this adventzondagdeze adventzondag
that adventzondagdie adventzondag
our adventzondagonze adventzondag
your adventzondagjouw adventzondag
every adventzondagelke adventzondag
which adventzondag?welke adventzondag?
a big adventzondag / the big adventzondageen grote adventzondag, de grote adventzondag
the adventzondag (plural)de adventzondagen, deze adventzondagen

Example sentences with adventzondag

  • Wie de Beeklust Bloazers wil horen kan elke adventzondag van 10.00 uur tot 11.00 uur terecht in de Gravenallee.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).