De or het adventstijd?

The correct Dutch article is:

de adventstijd

  • Plural: de adventstijden
Meaning (Dutch) (religie) de laatste vier weken voor het kerstfeest

How to use adventstijd

the adventstijdde adventstijd
this adventstijddeze adventstijd
that adventstijddie adventstijd
our adventstijdonze adventstijd
your adventstijdjouw adventstijd
every adventstijdelke adventstijd
which adventstijd?welke adventstijd?
a big adventstijd / the big adventstijdeen grote adventstijd, de grote adventstijd
the adventstijd (plural)de adventstijden, deze adventstijden

Example sentences with adventstijd

  • "Pasen was al verschrikkelijk en nu ook dit nog, midden in de adventstijd." Normaal verkoopt hij in december stapels kerstpakketten, vooral aan bedrijven en verpleeghuizen.
  • Het was de eerste van de adventstijd.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).