De or het abonnementskaart?

The correct Dutch article is:

de abonnementskaart

  • English: season-ticket, commutation ticket
  • Plural: de abonnementskaarten
  • Diminutive: het abonnementskaartje
Meaning (Dutch) bewijs dat aangeeft dat iemand het recht geeft om gedurende een bepaalde periode ergens gebruik van te maken

How to use abonnementskaart

the season-ticketde abonnementskaart
this season-ticketdeze abonnementskaart
that season-ticketdie abonnementskaart
our season-ticketonze abonnementskaart
your season-ticketjouw abonnementskaart
every season-ticketelke abonnementskaart
which season-ticket?welke abonnementskaart?
a big season-ticket / the big season-ticketeen grote abonnementskaart, de grote abonnementskaart
the season-ticket (plural)de abonnementskaarten, deze abonnementskaarten

Example sentences with abonnementskaart

  • En het zwembad kwam je ook binnen met een geleende abonnementskaart.
  • Intern is dat nog een punt van discussie, maar ik ga ervan uit dat iedereen die voor zijn abonnementskaart een pasfoto wil afstaan ook hiermee akkoord kan gaan.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).