De or het aanspreektitel?

The correct Dutch article is:

de aanspreektitel

  • Plural: de aanspreektitels
  • Diminutive: het aanspreektiteltje
Meaning (Dutch) titel waarmee men iemand aanspreekt

How to use aanspreektitel

the aanspreektitelde aanspreektitel
this aanspreektiteldeze aanspreektitel
that aanspreektiteldie aanspreektitel
our aanspreektitelonze aanspreektitel
your aanspreektiteljouw aanspreektitel
every aanspreektitelelke aanspreektitel
which aanspreektitel?welke aanspreektitel?
a big aanspreektitel / the big aanspreektiteleen grote aanspreektitel, de grote aanspreektitel
the aanspreektitel (plural)de aanspreektitels, deze aanspreektitels

Example sentences with aanspreektitel

  • Monseigneur is de aanspreektitel van een kardinaal.
  • Astrid genoot in elk geval zichtbaar van haar aanspreektitel.

Meaning, plural, diminutive, pronunciation and translations: WikiWoordenboek (Dutch Wiktionary) (CC BY-SA 4.0). Example sentences: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).