De czy het: zomertijd?
Poprawny niderlandzki rodzajnik:
de zomertijd
- Polski: czas letni
Znaczenie (po niderlandzku)
1. regeling waarbij de klok vanaf een moment in de lente tot een moment in de herfst een uur vooruit wordt gezet, met als hoofddoel meer van het daglicht te profiteren
2. deel van het jaar waarin de zon langer schijnt en het warmer is, vaak gebruikt voor een ruimere periode dan de meteorologische zomer
Jak używać zomertijd
| rodzajnik określony (the) | de zomertijd |
|---|---|
| ten / ta / to (this) | deze zomertijd |
| tamten / tamta / tamto (that) | die zomertijd |
| nasz / nasza / nasze (our) | onze zomertijd |
| twój / twoja / twoje (your) | jouw zomertijd |
| każdy / każda / każde (every) | elke zomertijd |
| który / która / które? (which) | welke zomertijd? |
| z przymiotnikiem (groot = duży) | een grote zomertijd, de grote zomertijd |
Przykładowe zdania ze słowem zomertijd
- De volgende zondag begint de zomertijd. “Summer time will start next Sunday.”
- De volgende zondag eindigt de zomertijd. “Summer time will end next Sunday.”
- De zomertijd begint op drie april. “Daylight Savings Time starts on April third.”
Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).