De czy het: tijm?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

de tijm

  • Polski: tymianek
  • Zdrobnienie: het tijmpje
Znaczenie (po niderlandzku) 1. (bloemplanten) benaming voor verschillende kruidachtige of houtachtige planten met een zeer aromatische geur uit het geslacht Thymus in de lipbloemenfamilie (Lamiaceae) 2. (plantkunde) benaming voor Thymus vulgaris, die de basis vormt van het keukenkruid

Jak używać tijm

rodzajnik określony (the)de tijm
ten / ta / to (this)deze tijm
tamten / tamta / tamto (that)die tijm
nasz / nasza / nasze (our)onze tijm
twój / twoja / twoje (your)jouw tijm
każdy / każda / każde (every)elke tijm
który / która / które? (which)welke tijm?
z przymiotnikiem (groot = duży)een grote tijm, de grote tijm

Przykładowe zdania ze słowem tijm

  • Ik hou van de geur van tijm. “I love the smell of thyme.”
  • Basilicum, salie, rozemarijn, tijm en oregano zijn populaire kruiden. “Basil, sage, rosemary, thyme and oregano are popular herbs.”
  • Laat gedurende 5 minuten 5 mooie gepelde en in stukjes gesneden tomaten sudderen, met de knoflook, tijm en laurier. “Simmer five carefully peeled and chopped tomatoes with the garlic, thyme and bay leaf for five minutes.”

Więcej niderlandzkich słów

gebed | zonnewijzer | meitnerium | bifenyl

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).