De czy het: sluis?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

de sluis

  • Polski: śluza
  • Liczba mnoga: de sluizen
  • Zdrobnienie: het sluisje
Znaczenie (po niderlandzku) 1. (scheepvaart, waterbeheer) een kunstwerk om water te keren en mogelijk ook om schepen door te laten, op een plaats tussen twee waters met een verschillend waterpeil. 2. (figuurlijk) afgesloten ruimte met aan twee zijden een deur, waarvan er tegelijkertijd slechts één open kan.

Jak używać sluis

rodzajnik określony (the)de sluis
ten / ta / to (this)deze sluis
tamten / tamta / tamto (that)die sluis
nasz / nasza / nasze (our)onze sluis
twój / twoja / twoje (your)jouw sluis
każdy / każda / każde (every)elke sluis
który / która / które? (which)welke sluis?
z przymiotnikiem (groot = duży)een grote sluis, de grote sluis
liczba mnogade sluizen, deze sluizen

Przykładowe zdania ze słowem sluis

  • Met een sluis kun je het water beheersen. “With a sluice you can control the water.”
  • Veel van de grootste sluizen van de wereld zijn in Nederland. “Many of the world's largest sluice gates are in the Netherlands.”
  • Veel van de grootste sluizen van de wereld bevinden zich in Nederland. “Many of the world's largest sluice gates are located in the Netherlands.”

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).