De czy het: naald?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

de naald

  • Polski: igła
  • Liczba mnoga: de naalden
  • Zdrobnienie: het naaldje
Znaczenie (po niderlandzku) 1. (gereedschap) soort gereedschap dat gebruikt wordt voor het aan elkaar bevestigen (naaien) van kledingstukken of andere voorwerpen van stof, zoals leer 2. (techniek) wijzer van een instrument: kompas, weegschaal enz.

Jak używać naald

rodzajnik określony (the)de naald
ten / ta / to (this)deze naald
tamten / tamta / tamto (that)die naald
nasz / nasza / nasze (our)onze naald
twój / twoja / twoje (your)jouw naald
każdy / każda / każde (every)elke naald
który / która / które? (which)welke naald?
z przymiotnikiem (groot = duży)een grote naald, de grote naald
liczba mnogade naalden, deze naalden

Przykładowe zdania ze słowem naald

  • We naaien met een naald. “We sew with a needle.”
  • Haal die naald bij me weg! “Get that needle away from me!”
  • Waar de naald gaat volgt de draad. “Wherever the needle goes, the thread goes too.”

Więcej niderlandzkich słów

neon | frater

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).