De czy het: hoefijzer?
Poprawny niderlandzki rodzajnik:
het hoefijzer
- Polski: podkowa
- Liczba mnoga: de hoefijzers
- Zdrobnienie: het hoefijzertje
Znaczenie (po niderlandzku)
(paardrijden) gebogen ijzeren reep, in de vorm van de hoef, waarmee een paard door de hoefsmid beslagen wordt om het afslijten van de hoeven tegen te gaan
Jak używać hoefijzer
| rodzajnik określony (the) | het hoefijzer |
|---|---|
| ten / ta / to (this) | dit hoefijzer |
| tamten / tamta / tamto (that) | dat hoefijzer |
| nasz / nasza / nasze (our) | ons hoefijzer |
| twój / twoja / twoje (your) | jouw hoefijzer |
| każdy / każda / każde (every) | elk hoefijzer |
| który / która / które? (which) | welk hoefijzer? |
| z przymiotnikiem (groot = duży) | een groot hoefijzer, het grote hoefijzer |
| liczba mnoga | de hoefijzers, deze hoefijzers |
Przykładowe zdania ze słowem hoefijzer
- Een hoefijzer en een klavertjevier brengen geluk. “A horseshoe and a four-leaf clover bring good luck.”
- De smid gebruikte de tang om het hoefijzer op te pakken. “The smith used the tongs to pick up the horseshoe.”
- De hoefsmid bracht het hoefijzer op de hoef van het paard aan, terwijl het hoefijzer heet was. “The farrier fitted the shoe to the horse's hoof while the shoe was hot.”
Więcej niderlandzkich słów
Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).