De czy het: haag?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

de haag

  • Polski: żywopłot
  • Liczba mnoga: de hagen
  • Zdrobnienie: het haagje
Znaczenie (po niderlandzku) 1. een afscheiding bestaande uit kreupelhout of struikgewas 2. op een rij naast elkaar geplaatste personen of zaken

Jak używać haag

rodzajnik określony (the)de haag
ten / ta / to (this)deze haag
tamten / tamta / tamto (that)die haag
nasz / nasza / nasze (our)onze haag
twój / twoja / twoje (your)jouw haag
każdy / każda / każde (every)elke haag
który / która / które? (which)welke haag?
z przymiotnikiem (groot = duży)een grote haag, de grote haag
liczba mnogade hagen, deze hagen

Przykładowe zdania ze słowem haag

  • De route kronkelt naar beneden en eindigt in de diepte bij een haag van stillikgewas.
  • Ik fotografeerde er ook de haag aan de andere kant van de weg, waarschijnlijk de haag die in het document dat ik las werd genoemd.

Słowa zaczynające się od haag

haagbeuk

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).