De czy het: evangelie?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

het evangelie

  • Polski: ewangelia
  • Liczba mnoga: de evangelies / evangeliën
Znaczenie (po niderlandzku) 1. (religie) de blijde boodschap die het christendom predikt 2. (religie) een bijbelboek dat een ooggetuigeverslag van het optreden van Jesus bevat

Jak używać evangelie

rodzajnik określony (the)het evangelie
ten / ta / to (this)dit evangelie
tamten / tamta / tamto (that)dat evangelie
nasz / nasza / nasze (our)ons evangelie
twój / twoja / twoje (your)jouw evangelie
każdy / każda / każde (every)elk evangelie
który / która / które? (which)welk evangelie?
z przymiotnikiem (groot = duży)een groot evangelie, het grote evangelie
liczba mnogade evangelies, deze evangelies

Przykładowe zdania ze słowem evangelie

  • In het evangelie staat dat Jezus Christus de erfzonde van Adam en Eva op zich nam zodat mensen weer naar de hemel zouden kunnen gaan.
  • Tijdens de mis heeft de priester een stuk uit het evangelie volgens Johannes voorgelezen.

Więcej niderlandzkich słów

coyote | leugenaar | eigendom

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).