De czy het: erfstuk?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

het erfstuk

  • Polski: dziedzictwo
  • Liczba mnoga: de erfstukken
  • Zdrobnienie: het erfstukje
Znaczenie (po niderlandzku) een veelal kostbaar goed van van generatie op generatie door vererving overgegeven wordt

Jak używać erfstuk

rodzajnik określony (the)het erfstuk
ten / ta / to (this)dit erfstuk
tamten / tamta / tamto (that)dat erfstuk
nasz / nasza / nasze (our)ons erfstuk
twój / twoja / twoje (your)jouw erfstuk
każdy / każda / każde (every)elk erfstuk
który / która / które? (which)welk erfstuk?
z przymiotnikiem (groot = duży)een groot erfstuk, het grote erfstuk
liczba mnogade erfstukken, deze erfstukken

Przykładowe zdania ze słowem erfstuk

  • Dat is nog een erfstuk van mijn overgrootvader.
  • Bij een goede opvoeding hoorde dat je anderen niet tot last was, geen geld leende, geen erfstukken zoals schilderijen of iets anders verkocht, niet naar familieleden rende om je te beklagen.

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).