De czy het: erfgenaam?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

de erfgenaam

  • Polski: spadkobierca, dziedzic
  • Liczba mnoga: de erfgenamen
  • Zdrobnienie: het erfgenaampje
Znaczenie (po niderlandzku) persoon die bij wet of testament is aangewezen als erfgenaam en daarom bij overlijden door erfopvolging een nalatenschap (erfenis) geheel, of samen met anderen gedeeltelijk, verkrijgt

Jak używać erfgenaam

rodzajnik określony (the)de erfgenaam
ten / ta / to (this)deze erfgenaam
tamten / tamta / tamto (that)die erfgenaam
nasz / nasza / nasze (our)onze erfgenaam
twój / twoja / twoje (your)jouw erfgenaam
każdy / każda / każde (every)elke erfgenaam
który / która / które? (which)welke erfgenaam?
z przymiotnikiem (groot = duży)een grote erfgenaam, de grote erfgenaam
liczba mnogade erfgenamen, deze erfgenamen

Przykładowe zdania ze słowem erfgenaam

  • Ze stierf zonder een erfgenaam. “She died without an heir.”
  • Turkije is de erfgenaam van het Ottomaanse Rijk. “Turkey is the heir of the Ottoman Empire.”
  • De Engelsen zijn de erfgenamen van de vrijheid. “The English are the heirs of freedom.”

Więcej niderlandzkich słów

liturgie

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).