De czy het: engeland?

Poprawny niderlandzki rodzajnik:

het engeland

  • Polski: Anglia
Znaczenie (po niderlandzku) 1. (toponiem) een van de delen van het Verenigd Koninkrijk, gelegen op het eiland Groot-Brittannië in het noordwesten van Europa 2. (toponiem, spreektaal) als pars pro toto voor het Verenigd Koninkrijk

Jak używać engeland

rodzajnik określony (the)het engeland
ten / ta / to (this)dit engeland
tamten / tamta / tamto (that)dat engeland
nasz / nasza / nasze (our)ons engeland
twój / twoja / twoje (your)jouw engeland
każdy / każda / każde (every)elk engeland
który / która / które? (which)welk engeland?
z przymiotnikiem (groot = duży)een groot engeland, het grote engeland

Przykładowe zdania ze słowem engeland

  • Een gezin uit Engeland stal mijn hart toen het jongste dochtertje de hele tijd met mij wilde hoelahoepen.
  • Engeland was ook het probleem niet, er was geen enkele reden voor mededogen met de onmenselijke Engelsen.

Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).