De czy het: broek?
Poprawny niderlandzki rodzajnik:
de broek
- Polski: spodnie
- Liczba mnoga: de broeken
- Zdrobnienie: het broekje
Znaczenie (po niderlandzku)
1. (kleding) kledingstuk dat het onderlichaam en beide benen, elk met een afzonderlijke pijp omhult
2. (valkerij) de vederen die de onderbuik en het halve loopbeen bedekken en in rust vaak de hele poot
Jak używać broek
| rodzajnik określony (the) | de broek |
|---|---|
| ten / ta / to (this) | deze broek |
| tamten / tamta / tamto (that) | die broek |
| nasz / nasza / nasze (our) | onze broek |
| twój / twoja / twoje (your) | jouw broek |
| każdy / każda / każde (every) | elke broek |
| który / która / które? (which) | welke broek? |
| z przymiotnikiem (groot = duży) | een grote broek, de grote broek |
| liczba mnoga | de broeken, deze broeken |
Przykładowe zdania ze słowem broek
- Ook bij de elegante, wijde pantalons met korte jasjes die de afgelopen week voortdurend voorbij kwamen op de catwalks in Milaan en Parijs - het moet raar lopen, wil de broek met rechte …
- Vanaf Asten liep vroeger een voetpad door het broek van Asten, Ommel en Vlierden richting Brouwhuis en Helmond.
Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).