De czy het: bijwoord?
Poprawny niderlandzki rodzajnik:
het bijwoord
- Polski: przysłówek
- Liczba mnoga: de bijwoorden
- Zdrobnienie: het bijwoordje
Znaczenie (po niderlandzku)
(taalkunde) een woord dat een bijvoeglijk naamwoord, een werkwoord, een telwoord of een ander bijwoord nader bepaalt
Jak używać bijwoord
| rodzajnik określony (the) | het bijwoord |
|---|---|
| ten / ta / to (this) | dit bijwoord |
| tamten / tamta / tamto (that) | dat bijwoord |
| nasz / nasza / nasze (our) | ons bijwoord |
| twój / twoja / twoje (your) | jouw bijwoord |
| każdy / każda / każde (every) | elk bijwoord |
| który / która / które? (which) | welk bijwoord? |
| z przymiotnikiem (groot = duży) | een groot bijwoord, het grote bijwoord |
| liczba mnoga | de bijwoorden, deze bijwoorden |
Przykładowe zdania ze słowem bijwoord
- Tom weet het verschil niet tussen een bijvoeglijk naamwoord en een bijwoord. “Tom doesn't know the difference between an adjective and an adverb.”
- Het woord ''bijwoord'' is een zelfstandig naamwoord. “The word "adverb" is a noun.”
- Dit Turkse bijwoord bestaat uit tien letters. “This Turkish adverb has ten letters.”
Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).