De czy het: aardrijkskunde?
Poprawny niderlandzki rodzajnik:
de aardrijkskunde
- Polski: geografia
Znaczenie (po niderlandzku)
1. (wetenschap) discipline die zich bezighoudt met het bestuderen van het aardoppervlak, het in kaart brengen van vormen van o.a.
2. een schoolvak over het aardoppervlak, topografie en meer
Jak używać aardrijkskunde
| rodzajnik określony (the) | de aardrijkskunde |
|---|---|
| ten / ta / to (this) | deze aardrijkskunde |
| tamten / tamta / tamto (that) | die aardrijkskunde |
| nasz / nasza / nasze (our) | onze aardrijkskunde |
| twój / twoja / twoje (your) | jouw aardrijkskunde |
| każdy / każda / każde (every) | elke aardrijkskunde |
| który / która / które? (which) | welke aardrijkskunde? |
| z przymiotnikiem (groot = duży) | een grote aardrijkskunde, de grote aardrijkskunde |
Przykładowe zdania ze słowem aardrijkskunde
- Een kaart helpt ons bij de studie van de aardrijkskunde. “A map helps us study geography.”
- Ik geef les in aardrijkskunde. “I teach geography.”
- Ik hou van aardrijkskunde en geschiedenis. “I love geography and history.”
Więcej niderlandzkich słów
Znaczenie, liczba mnoga, zdrobnienie, wymowa i tłumaczenia: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Przykładowe zdania: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).